Opofferingsgezindheid Print

Afgelopen week was ik in Brussel voor het European Student Forum van IFES en de European Evangelical Alliance. Het thema was onze rol, als christenen, in het publieke sfeer en het publieke debat van Europa. Gelukkig was de agenda niet louter beperkt tot politiek, maar was er aandacht voor andere actoren in de publieke sfeer, zoals de media, NGO’s en het bedrijfsleven. Onder andere aanwezig was David Murray. Na een loopbaan in de consultancy richt hij zich nu op christelijke principes in het bedrijfsleven en is in het bijzonder bezig met corruptie bestrijding in Oost-Europa.

David heeft een set met ethische principes ontwikkeld die een christelijke ondernemer of manager als richtlijn zou kunnen gebruiken. Achter een volgens zijn dit: hope, service, sacrifice, love, interdependence, truth, justice en stewardship (voor uitgebreide uitwerking zie: Faith and work project).  Interessant om te zien is dat veel principes ook in een gemiddelde ethische code van een willekeurige multinational zijn terug te vinden. Dat roept de vraag op of het wel zin heeft om dit soort principes in christelijke context extra te benadrukken. Ik zou er die opmerkingen over willen maken.

Een van de redenen dat principes hun weg hebben gevonden in het bedrijfsleven is dat er prima valt aan te tonen dat het aannemen van dergelijke principes in het –lange termijn- economisch belang is van bedrijven. Dienstbaar leiderschap (of in management taalgebruik: empowerment) is een prima tool om het meeste uit medewerkers te halen. En rentmeesterschap (in management taal: MVO en duurzaamheid) is sinds de hoge olieprijzen en de groene hype onder consumenten prima in geld om te zetten. Er zit echter wel een addertje onder het gras in deze instrumentele redenatie: het gaat uiteindelijk niet meer om ethische principes maar om een verlichte financiële redenatie. Wat mij betreft ligt het kader andersom: ethiek vormt het kader om economische redenaties.

Tijdens het forum had ik een discussie met David over de vraag welke van de principes het minst te zien is in het bedrijfsleven van vandaag. De conclusie was dat dit waarschijnlijk liefde en bovenal opofferingsgezindheid is. De laatste is in tegenstrijd met veel management retoriek, waar het meestal gaat om tot het einde gaan om doelstellingen te halen en waar persoonlijke loopbanen ook erg belangrijk zijn. Het beste voorbeeld wat ik zelf kan bedenken van opofferingsgezindheid is van Peter Bakker, onze topman bij TNT. Omdat hij behoorlijke saneringen moet doorvoeren in het kader van de liberalisering van de postmarkt besloot hij zijn bonus in het mobiliteitsfonds voor ontslagen medewerkers te storten. Toch is een schrijnende lijst van tegenvoorbeelden te bedenken van topmannen die schaamteloos bonussen accepteren, die bijvoorbeeld resulteren van overnames die met veel ontslagen gepaard gaan. Hier valt dus nog wel enig verschil te maken.

Een derde reden om wel een relatie te zien tussen bedrijfsethiek en ons geloof is dat juist bij dit soort principes wel vast staat dat in de praktijk dilemma’s ontstaan. Ondanks dat te betogen is dat ze op lange termijn het beste resultaat (ook in financiële termen) opleveren, zijn er op korte termijn conflicten tussen de principes en andere belangen. Dat vergt standvastigheid, wijsheid en opofferingsgezindheid en ik denk dat het geloof daar ook een extra steun en motivatie kan zijn.