| Falliet van het uberkapitalisme? |
|
|
“Deze conservatieven-in-naam, met vicepresident Cheney aan het roer en ex-Goldman Sachs-bankier Paulson nu op financiën, hebben voorkomen dat er serieus toezicht werd uitgeoefend op enige zakenactiviteit, en met name de op de grootschalige handel in financiële hocuspocus-produkten die het vertrouwen in het banksysteem hebben verwoest. Nu het fout loopt doen zij nog één greep in de publieke kas. Het is een radicaal boek. Maar zijn de feiten dat niet ook?” Zo schrijft hoogleraar journalistiek en NRC-columnnist op zaterdag 27 september in een column onder de titel “Failliet ultra-kapitalisme moet gevolgen hebben in Nederland”. De gebeurtenissen van de afgelopen weken hebben ons pijnlijk met de neus op de feiten gedrukt: er zijn ook nadelen aan de strategie van deregulering, privatisering en een eindeloos vertrouwen in de effectiviteit van marktwerking. Voor mij toont het twee dingen aan: zowel structuren als mensen kunnen we niet beschouwen als “neutraal”. Structuren niet neutraal? Ongetwijfeld zal het bij veel mensen gaan kriebelen als ze lezen hoe binnen de Conservatieve partij, in de VS, de afgelopen jaren marktwerking en deregulering op een ideologische wijze tot het “ware model” is gebombardeerd. In Nederland werd de marktwerking binnen het sociaal-democratische kamp, juist gebracht op een tegenovergestelde wijze, onder het mom van de “ideologische veren afschudden”. Dat laatste wekt de indruk dat je objectief op basis van de feiten de keus zou kunnen maken dat marktwerking het beste voor de samenleving is. Ik zou het tegenovergestelde willen beweren: als we alleen “objectief” naar de feiten willen we kijken beperken we onze blik. Op een politiek correcte manier geformuleerd draait marktwerking op mensen die hun eigenbelang op de eerste plaats zetten en hier ook hard voor willen werken. Zolang het systeem ervoor zorgt dat de eigenbelangen samenvallen met de belangen van anderen is dit op zich geen probleem. Problematischer wordt het als het systeem mensen in staat stelt om hun eigenbelang door te voeren ten koste van anderen. De bonusstructuur die sommige multinationals hanteren is hier een duidelijk voorbeeld van. Of het nog te accepteren is dat een topman wegloopt met een miljoenen bonus terwijl zijn beslissingen voor velen ontslag betekenen, is niet een objectieve maar een morele afweging. Wat betreft de bonussen waren we al aangelopen tegen de grens waar “de samenleving” het argument “zo werkt nu eenmaal de markt” niet meer accepteert. De kredietcrisis brengt aan het ligt dat er nog veel meer moreel verwerpelijke prikkels in ons kapitalistisch systeem zitten. Aan de andere kant brengt het ene systeem inwisselen voor het andere ook niet de volledige oplossing. Er zijn verschillende opties om op structuurniveau met de kredietcrisis om te gaan: kernsectoren weer publiek te maken, meer regelgeving uit te vaardigen of te gokken op zelfcorrigerend vermogen van de markt. Voor alle opties zijn voor en tegen argumenten. Volgens mij is er nog een andere fundamentele notie nodig om tot een structurele oplossing te komen: ook de mens is niet neutraal. Zonder de nodige “checks en balances” komen we vanzelf uit in een situatie waar iemand het systeem weer weet te manipuleren en misbruiken. In mijn ogen mist een volkomen gedereguleerd systeem deze balansfactoren. Dit pleit er vooral voor om goed rekening te houden met de mogelijkheden om het systeem te misbruiken. Dit geldt net zo goed voor een publiek- als een privaat systeem. Het gaat erom dat we zien dat mensen en systemen niet neutraal zijn, maar in meer of mindere mate het goed en kwaad in de mens aan het licht brengen. |